• Agenda
  • Tuinen
  • Zoek een plant
  • Botanic guardians
  • Steun ons
  • home
  • nieuws
  • profielwerkstukken
  • kijk & luister
  • over ons
  • contact
English
  Terug naar zoekresultaten

Appel

Malus domestica

Rozenfamilie (Rosaceae)

En het kwaad kwam van de appel (malum e malo)

Malus, de Latijnse naam voor de appel, betekent ‘gehoorzaam’, maar de meeste bronnen vertalen het met de ‘slechterik’, de ‘kwaaie’ of de ‘valserik’ en verwijzen de omschrijvingen naar het Bijbelverhaal. De naamgeving is een ongelukkige keuze voor zó een nuttige boom, waarvan de vrucht van oudsher wordt gezien als een symbool van liefde, huwelijk, lente, jeugd, vruchtbaarheid, vrede, onsterfelijkheid of een lang leven. 

Het geslacht Malus telt ongeveer 30 soorten en talloze cultivars. Appels en peren zijn botanisch en cultuurhistorisch nauw verwant aan elkaar. Ze horen beide tot de appelgroep binnen de rozenfamilie. Malus sylvestris is de wilde appel ‘uit het bos’ en binnen Malus domestica onderscheiden we de consumptie- of cultuurappel en de sierappels. Wilde vormen en cultuurvormen zijn soms moeilijk te onderscheiden. Appelbomen worden gemiddeld 60 jaar oud. Alle gekweekte fruitbomen zijn kruisingen tussen meerdere soorten uit Azië en Europa.

Een laantje van sierappelbomen is in het voorjaar en najaar een blikvanger in Arboretum Oudenbosch.

Lees meer »

En het kwaad kwam van de appel (malum e malo)

Malus, de Latijnse naam voor de appel, betekent ‘gehoorzaam’, maar de meeste bronnen vertalen het met de ‘slechterik’, de ‘kwaaie’ of de ‘valserik’ en verwijzen de omschrijvingen naar het Bijbelverhaal. De naamgeving is een ongelukkige keuze voor zó een nuttige boom, waarvan de vrucht van oudsher wordt gezien als een symbool van liefde, huwelijk, lente, jeugd, vruchtbaarheid, vrede, onsterfelijkheid of een lang leven. 

Het geslacht Malus telt ongeveer 30 soorten en talloze cultivars. Appels en peren zijn botanisch en cultuurhistorisch nauw verwant aan elkaar. Ze horen beide tot de appelgroep binnen de rozenfamilie. Malus sylvestris is de wilde appel ‘uit het bos’ en binnen Malus domestica onderscheiden we de consumptie- of cultuurappel en de sierappels. Wilde vormen en cultuurvormen zijn soms moeilijk te onderscheiden. Appelbomen worden gemiddeld 60 jaar oud. Alle gekweekte fruitbomen zijn kruisingen tussen meerdere soorten uit Azië en Europa.

Een laantje van sierappelbomen is in het voorjaar en najaar een blikvanger in Arboretum Oudenbosch.

Lees meer

Recent DNA-onderzoek toont aan dat de consumptieappel afkomstig is uit het oosten van de Kaukasus, Oezbekistan, Kazakhstan en Kirgizië. De nog altijd in de Kaukasus aanwezige Malus sieversii en de soorten Malus asiatica, Malus orientalis en Malus prunifolia zijn genetisch verwant aan onze cultuurappels. Via de zijderoute zijn de soorten in het Romeinse rijk terechtgekomen en vervolgens hebben ze zich verspreid over Europa.

Het bijzondere van appelbomen is dat nuttig en mooi hier samengaan. Prachtige bloesem in het voorjaar en voedzame vruchten in het najaar. Om dit allemaal te bewerkstelligen, dus om een goede vruchtvorming te krijgen, hebben bijna alle appelrassen kruisbestuiving nodig. Dit betekent dat er altijd minimaal 2 appelrassen elkaar moeten bestuiven.

Gekweekte fruitbomen zijn in alle opzichten groter dan hun wilde stamhouders. Appel kan de vorm van een boom of struik hebben. Bladeren zijn 4 tot 10 centimeter, eirond/ovaal, top is spits en de rand grof gezaagd. De bloemen staan in tuilen en zijn 3 tot 4 centimeter in diameter en roze van kleur. De vruchten zijn boven en onder ingedeukt en kunnen behalve in grootte ook verschillend in kleur zijn al dan niet met rode ‘wangen’.

Tot Malus domestica behoort ook de sierappel. Sierappels behoren tot de fraaiste sierbomen die we in Nederland kennen. In het sortiment (bloem-)sierappels zit vooral veel ‘bloed’ van (Oost-)Aziatische soorten. De sierwaarde begint al wanneer de boom in knop komt. De knoppen zijn vaak donkerder roze gekleurd dan de open bloemen. De vruchten van diverse cultivars van sierappels zijn van een opvallende sierwaarde. Bij een aantal blijven de vruchten voor een deel tot diep in de winter aan de boom hangen, terwijl het blad al lang gevallen is. Voor het merendeel zijn de bomen 4 tot 6 meter hoog. De meeste bomen vormen een min of meer ronde kroon, maar zuilen, treurvormen of opgaand spreidende kronen komen ook voor.

Vroeger uit Japan geïmporteerde hybriden worden nog altijd tot de beste sierappels gerekend. In Japan is Malus halliana ‘Parkmanii’ de stammoeder van de zeer bekende soorten Malus floribunda en Malus atrosanguinea. De Oostenrijkse botanicus J. Niedzwetzky vond een purperbladige en paarsbloeiende Malus sieversii ‘Niedzwetzkyana' in Turkestan, waarmee vele nieuwe kruisingen zijn ontwikkeld. Opmerkelijk is dat bij de hieruit gewonnen hybriden niet alleen de bloemen en bladeren donkergekleurd zijn, maar ook het hout bij doorsnijden min of meer purper is. Cultivars afgeleid van Amerikaanse, inheemse soorten bloeien later in het jaar (juni) en pas op latere leeftijd, daarnaast geuren ze heerlijk. De soorten hebben groen blad, eenkleurige roze bloemen aan lange stelen. Spectaculair is bij sommige soorten de herfstverkleuring.

Veel bij Malus voorkomende ziekten, en dat geldt ook voor de meeste cultivars, is schurft veroorzaakt door Venturia inaequalis en meeldauw door Podophaera leucotricha. Kwekers zoeken steeds naar schimmelresistente soorten. De moeilijkheid daarbij is dat Venturia inaequalis van tijd tot tijd muteert.

« Korte omschrijving

Aanwezig in:

Hortus Botanicus Amsterdam
Botanische Tuin Arboretum Oudenbosch
Hortus botanicus Haren / Groningen
ARTIS

Thema's

De Vereniging Botanische Tuinen kan geen verantwoordelijkheid nemen voor eventuele nadelige effecten van het gebruik van planten. Vraag altijd advies aan een professional voordat u een plant medicinaal gaat gebruiken.

Lucas Cranach de Oude schilderde in 1526 een paradijselijk beeld van perfecte harmonie met de appelboom. In vrijwel alle mythologieën speelt de appel een opmerkelijke rol. Het centrale thema is vrijwel altijd onsterfelijkheid en eeuwige jeugd. Een mythe verhaalt over de keelknobbel bij mannen die zou zijn overgeërfd van Adam in wiens keel het klokhuis van de verboden vrucht zou zijn blijven steken.

Insecten spelen een belangrijke rol bij de bestuiving van appelbomen, niet alleen honingbijen, maar ook hommels en solitaire bijen.

In Kazachstan en Kirgizië waar nog appelbossen zijn ‘vetten’ de beren zich in de herfst door het eten van heel veel van de ‘wilde’ appels (Malus sieversii) voordat ze in winterslaap gaan. Van de lekkerste (zoetste) appels eten ze het meest en eigenlijk heeft zo al heel erg lang ‘selectie’ plaats gevonden.

Cultuurappels en ook peren zijn in de 6e eeuw al aanwezig in klooster- en kasteeltuinen. In de periode 1500-1900 ontstonden kleine privé boomgaarden. In het begin van de 19e eeuw werd het in Zeeland traditie dat bij een boerderij een kleine boomgaard werd aangelegd, een gewoonte die snel navolging kreeg in de rest van het land, vooral in polders. Korte tijd daarna ontstonden gespecialiseerde boomgaarden in gebieden die zich volledig op fruitteelt toelegden bijv. in de Betuwe en rond Goes.

De appel is een lekker fruit dat zeer gezond is. Een appel is geen geneesmiddel maar wel een preventief middel om ziektes te voorkomen. Zoals het bekende Engelse spreekwoord zegt: ‘An apple a day keeps the doctor away’.

Naast directe consumptie wordt de appel verwerkt tot allerlei producten zoals appelsap, cider, calvados, appelmoes en appelstroop. De sierappel wordt veel toegepast in de bloemsierkunst. Sierappels worden ook aangeplant in boomgaarden van consumptieappels om de bestuiving te bevorderen.

Appelpitten zouden een beschermende functie hebben tegen bepaalde ziektes. Echter, appelpitten zijn giftig. Het eten van kleine hoeveelheden kan niet veel kwaad maar in grotere hoeveelheden wel. Kinderen kunnen ze beter helemaal niet eten.

In Genesis wordt de vrucht die Eva verleidde niet bij naam genoemd. In latere Bijbelverklaringen is men er een appel in gaan zien omdat dit in de Middeleeuwen als een symbool van verlangen werd gezien. Hierdoor werd de appel in de christelijke kunst afgebeeld als een vrucht die de erfzonde symboliseert.

Als we een appel dwars doorsnijden zien we een vijfhoek: het pentagram, symbool voor de spirituele mens.

Details

Omschrijving: Boom, struik
Verspreiding: Europa, west-azië
Jaarcyclus: Bladverliezende vaste plant, bloeit meermalig
Winterhardheid: Tot -20 °c
Bloeiperiode: April - mei
Bloemkleur: Roze, wit
Notities bloemen: Bloemen in schermvormige tros, in de knop donkerder roze.
Vruchtperiode: September - december
Vruchtkleur: Diverse kleuren
Op z'n mooist: April - mei, oktober - november

Bronnen

https://www.verspreidingsatlas.nl/1934 http://www.iucnredlist.org/details/172170/0 http://www.floravannederland.nl/planten/appel,
https://wilde-planten.nl/appel.htm,
Dendrologie van de lage landen - Jan de Koning en Wim van den Broek, Loofbomen in Nederland en Vlaanderen - Leo Goudzwaard, Bomen en mensen een oeroude relatie, Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen
  Terug naar zoekresultaten
NVBT
  • Persinformatie
  • Contact
  •